De klusser

Ik lig op de bank, kijk voor me uit naar een programma dat ik zelf niet ken. Mijn tante was aan het zappen, want zij wil graag kijken naar het sensatiebeluste tvprogramma genaamd ‘help, mijn man is klusser’.  De titel van dat programma heb ik nooit begrepen, maar het schijnt te gaan over mannen die zelf het huis willen bouwen of renoveren, of die beton cire zelf doen, en daar dan grandioos in falen.

Bouwput

Vaak is het huis een grote bouwput: niks is af, overal ligt rommel, geen enkele ruimte is leefbaar. Begrijpelijk dat de partners van de mannelijke klussers daar van streek van raken en hulp nodig hebben. De spanningen lopen dan ook vaak hoog op, waarbij minstens één van beiden schreeuwt en de ander standaard huilt. Soms gaat het zo ver dat de vrouwen de klussende mannen verwijten dat ze nietsnutten, en dan zelfs beton cire zelf doen.

Emancipatie

De vrouw kan dat vaak nog beter dan de man. En dat hoeven we in de eenentwintigste eeuw ook helemaal niet gek te vinden, want het is een ouderwets en incorrecte gedachte dat klussersbekwaamheid gebonden is aan geslacht. Vrouwen kunnen net zo goed vloeren leggen, beton bouwen, muren van stucwerk voorzien, beton cire zelf doen, of misschien zelfs het hele huis bouwen. Er bestaan tegenwoordig dan ook genoeg timmervrouwen, terwijl het standaardwoord timmerman is. Toch zijn de meeste klussers, of dat nou amateuristisch is zoals in dat rlt programma of professioneel binnen een aannemersbedrijf, van het mannelijke geslacht. Waar komt dat nou door? Veel psychologische theorieën proberen te onderzoeken in hoeverre dit een kwestie van genetische aanleg is en in hoevere het komt door de sociale normen rondom welk werk typisch voor mannen of typisch voor vrouwen is. Gek genoeg doet er niemand ooit onderzoek naar het kleine percentage mannen in de secretaresse-wereld of het ambacht van nagelstyliste.